Bron: Jasper Rommel,
op FOS.NGO 20 februari 2020 ~~~ 

Het laatste decennium slaan steeds meer Centraal-Amerikanen op de vlucht. Niet toevallig stonden de voorbije tien jaar er in teken van onveiligheid, gebrek aan democratie, gebrekkige sociale bescherming en toegang tot waardig werk. Jasper Rommel, aanwezig in de regio voor FOS, geeft een overzicht.

Migratie

20191015-jasper-fos-personeel

Er is weinig reden tot optimisme in Centraal-Amerika. De regio kampt met torenhoge criminaliteit- en moordcijfers, armoede, impact van klimaatverandering, corruptie, een exodus van migranten en dictators die desnoods bruut geweld gebruiken om in het zadel blijven. Een Mexicaans dictator zei ooit: “Arm Mexico, zo ver weg van God en zo dichtbij de VS.” Vandaag lijkt die uitdrukking op te gaan voor de ganse regio en dan in het bijzonder voor de zogenaamde ‘noordelijke driehoek’. Guatemala, El Salvador en Honduras komen de laatste jaren in het nieuws met de karavanen, waarbij duizenden tegelijk op de vlucht slaan voor de uitzichtloosheid. In deze ‘terugblik’ op de crisis willen we ingaan op de onderliggende politieke oorzaken, die ervoor zorgen dat er geen antwoord komt op de problemen waarvoor de mensen op de vlucht slaan. Want ook daar is een rode draad te trekken: ook de politieke situatie in de drie landen is weinig hoopgevend.

Nochtans was er een tiental jaar terug voorzichtig zicht op beterschap. In Guatemala kwam een regering aan de macht die niet rechtstreeks verbonden was met de legergeneraals en de grootgrondbezitters. In Honduras zocht president Zelaya toenadering tot de ALBA, het bondgenootschap van landen met een progressieve regering in Latijns-Amerika. En in El Salvador kwam de ex-guerrilla van het FMLN voor het eerst aan de macht, met beloftes van drastische sociale veranderingen. Hoe is die hoop op beterschap in minder dan een decennium zo aan diggelen geslagen?

Analyse per land

Klik hieronder en ontdek een uitgebreide politiek en sociale analyse per land in de regio, op fos.ngo

Conclusies

De uitweg?

Het hoeft geen betoog dat de situatie in Centraal-Amerika niet rooskleurig is. In de top drie van armste landen van het continent, vinden we twee landen uit de regio: Nicaragua en Honduras. Guatemala en El Salvador komen niet ver achter. Op de Human Development Index van Amerika staat Haïti op de laagste plaats, vervolgens komen Honduras, Guatemala, Nicaragua en El Salvador. Historisch kolonialisme, VS-interventies en burgeroorlogen hebben de onderontwikkeling veroorzaakt en in stand gehouden. Maar ook na het einde van de burgeroorlogen zijn de regeringen in de landen er nooit echt in geslaagd om uit het dal te kruipen en een beleid te voeren die een antwoord biedt op de economische en sociale noden van de bevolking.

Geen wonder dat mensen hun geluk elders willen beproeven, tot groot ongenoegen van de Verenigde Staten, die een uiterst hypocriete houding aannemen. Als Juan Orlando vandaag president is van Honduras, is dat grotendeels te danken aan Washington die hem in het zadel heeft gehouden. Dan hoef je ook niet verwonderd te zijn als vervolgens duizenden Hondurezen uit de miserie wegvluchten en aan je deur komen aankloppen.

grens VS-Mexico
De grens tussen de Verenigde Staten en Mexicobeeld: Flickr/qbac07

Het geweld en de onveiligheid zijn één van de hoofdredenen waarom mensen op de vlucht gaan. Het fenomeen van de maras (naam van een gewelddadige Centraal-Amerikaanse bende nvdr.) ontstaat in de jaren ’80 in de buitenwijken van Los Angeles. Het was pas toen de VS veroordeelde bendeleden deporteerde naar de landen van oorsprong in de jaren ‘90 – goed wetende dat er geen enkele capaciteit aanwezig was om met bendes om te gaan – dat het virus zich verspreidde in de ‘noordelijke driehoek’. Je kan best zeggen dat de VS de migratiecrisis oogst die ze zelf gezaaid heeft, met heel wat collateral damage voor de landen in kwestie.

Maar ook de opeenvolgende regeringen in de drie landen hebben boter op het hoofd. Niet alleen is nauwelijks een serieuze poging geweest om de problemen aan te pakken, ook de instituties zijn doelbewust verzwakt. Enkel in El Salvador kunnen we stellen dat er een poging geweest is om de institutionaliteit de versterken tijdens de regeerperiode van het FMLN – het is opvallend dat de verkiezingen in El Salvador de enige in de regio zijn die nooit gecontesteerd werden – maar de grote corruptieschandalen creëerden tegelijkertijd erg weinig vertrouwen in dit proces.

Er is niet één recept voor overheden om uit deze spiraal te geraken en de internationale context geeft weinig bewegingsruimte. Het is duidelijk dat het systeem niet werkt, minder duidelijk is hoe je een alternatief biedt.  Of zoals Mujica het poëtischer verwoordt in de Netflix documentaire ‘El Pepe, a supreme life’: “Kapitalisme is niet de oplossing. We moeten iets anders vinden. Een andere manier. Wij horen bij die zoektocht. In Latijns-Amerika zijn er geen oplossingen, alleen zoektochten”.

Vrouw en kind op de vlucht in Centraal-Amerika
Vrouw en kind op de vlucht in Centraal-Amerikabeeld: Reporters

Toch kan er in de regio misschien wel geleerd worden van die ‘zoektochten’, ook al vindt elke zoektocht zich in een zeer specifieke nationale en tijdsgebonden context plaats. Maar hoe is Cuba erin geslaagd om een gezondheidsmodel uit te bouwen die een referentie is op wereldniveau? Hoe is Uruguay erin geslaagd om het meest democratische land in Latijns-Amerika te worden, inclusief een sterke sociale dialoog? Hoe slaagde Bolivia erin om de armoedecijfers te halveren en tegelijkertijd de ongelijkheid terug te dringen? En dichter bij huis: hoe slaagde Costa Rica erin om een stevige sociale zekerheid uit te bouwen en als enige land in de regio schijnbaar een duurzaam ontwikkelingsbeleid te realiseren (zonder ons blind te staren op de tekortkomingen en uitdagingen)? Maar ook in de recente geschiedenis van de ‘noordelijke driehoek’ zelf vinden we ingrediënten terug: het succes van de CICIG, het succes van het gezondheidsbeleid in El Salvador, de mechanismen van sociale dialoog in Honduras na de grote bananenstakingen.

Hiermee wil ik zeker niet de illusie scheppen dat het vraagstuk puur een kwestie is van technische beleidsoplossingen. In elk van die landen gingen de verwezenlijkingen gepaard met grote sociale en politieke strijd. Vandaar het belang van een sterk, onafhankelijk en kritisch middenveld die actief aan die alternatieven bouwt. Regeringen beseffen het ‘gevaar’ van de sociale bewegingen. Vandaar ook de wetgevende initiatieven in Guatemala, Honduras en El Salvador met als doel ngo’s en vakbonden te muilkorven. Of erger, het opsluiten en vermoorden van sociale leiders. Het aan banden proberen leggen van het middenveld is overigens geen exclusieve zonde van rechtse overheden.