Bron: Yumna Patel, 
Mondoweiss.net 7 januari 2021 ~~~ 

“Het militaire hof is slechts een bezettingsorgaan. De [aanklacht wegens geweldloos protest] is een voorbeeld van hoe de rechtbanken worden gebruikt om de belangrijke stemmen van mensenrechtenverdedigers af te schrikken”.

De Palestijnse vredesactivist Issa Amro werd woensdag door een Israëlische militaire rechtbank veroordeeld op beschuldiging van zijn geweldloos activisme in de stad Hebron in het zuiden van de bezette Westelijke Jordaanoever.

Een Israëlische rechter bij de militaire rechtbank van Ofer – een rechtbank die zich beroemt op een veroordeling van 99 procent van de Palestijnen – veroordeelde Amro op drie aanklachten wegens het protesteren zonder vergunning, twee aanklachten wegens het “belemmeren” van een Israëlische soldaat, en één aanklacht wegens het aanvallen van een Israëlische kolonist in Hebron.

Amro, een mede-oprichter van de in Hebron gevestigde Youth Against Settlements (YAS) groep en een internationaal erkend geweldloos activist, staat al sinds 2016 terecht, toen Israëlische aanklagers 18 aanklachten tegen hem indienden met betrekking tot zijn activisme.

Amro werd in 2016 aangeklaagd op beschuldiging van het aanvallen van een officier van justitie; het belemmeren van een soldaat; opruiing; het betreden van een verboden gebied; het deelnemen aan een illegale mars; het aanvallen van een soldaat; mishandeling; schade aan eigendommen en het beledigen van een soldaat.

De zes veroordelingen op woensdag zouden een aanzienlijke gevangenistijd voor Amro kunnen inhouden, hoewel zijn juridisch team zei dat ze van plan zijn bij het indienen van een beroep na Amro’s eerste veroordelende hoorzitting, gepland voor 8 februari. Zijn hoorzitting op woensdag werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de Britse, Europese, EU- en Canadese consulaten.

Amnesty International heeft de zaak tegen Amro beschreven als “politiek gemotiveerd” en de aanklacht tegen hem als “ongegrond”, waarbij hij zijn bezorgdheid uitsprak over het feit dat het veroordelen van Amro de weg zou kunnen vrijmaken voor verdere onderdrukking van Palestijnse activisten en mensenrechtenactivisten.

De Israëlische jurist Gaby Lasky, de advocaat van Amro, beschuldigde de rechtbank ervan hem te veroordelen op basis van “belachelijke beschuldigingen”, die volgens haar “helemaal niet ter discussie zouden staan als hij geen persoon was die onder de bezetting leefde”.

“De militaire rechtbank is slechts een orgaan van bezetting. De [aanklacht voor geweldloos protest] is een voorbeeld van hoe de rechtbanken worden gebruikt om de belangrijke stemmen van mensenrechtenverdedigers af te schrikken,” zei Lasky.

Amro gaf een verklaring na de hoorzitting vrij, zeggend ,,vandaag kondigde Israel aan dat de Palestijnen niet zonder een vergunning van de bezetter, de Israelische bezetting vreedzaam mogen protesteren”.

“Deze veroordeling is een militaire systeem tegen het Palestijnse geweldloze verzet. Het is bedoeld om mijn stem te onderdrukken en een einde te maken aan alle activisme tegen de Israëlische bezetting”.

Het is een politiek onrecht

Voor de Palestijnen in Hebron is Issa Amro een begrip. Hij heeft, samen met tientallen andere niet-gewelddadige activisten in Hebron, tientallen jaren lang het verzet tegen de Israëlische bezetting van hun stad geleid, waarbij hij vaak werd geconfronteerd met vervolging door soldaten en kolonisten als gevolg daarvan.

Amro’s groep, YAS, organiseert geweldloze activiteiten, demonstraties en protesten in de Oude Stad van Hebron, waar een paar honderd ultranationalistische kolonisten en duizenden Israëlische soldaten elk aspect van het leven in de stad controleren.

De missie van de groep is “toegewijd aan het beëindigen van de bezetting door middel van pure geweldloze methoden,” en door betrokkenheid van de gemeenschap “werken tegen de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de daaruit voortvloeiende verdrijving van de Palestijnse bewoners”.

Als gevolg van hun werk worden Amro en zijn collega-activisten routinematig geconfronteerd met gewelddadige fysieke aanvallen en pesterijen van Israëlische kolonisten, en worden ze routinematig gearresteerd en vastgehouden door Israëlische soldaten en politie in het gebied.

Amro gelooft dat hij het doelwit is vanwege zijn geweldloos activisme en van het onder de aandacht brengen van de Palestijnse zaak en de situatie in Hebron, en dat de Israëlische staat probeert hem het zwijgen op te leggen door hem in de gevangenis te gooien.

“De aanklachten die tegen mij zijn ingediend zijn totaal ongegrond, sommige van hen van 10 jaar geleden”, vertelde Amro aan Mondoweiss, en voegde eraan toe dat Amro zelf, met betrekking tot sommige van de aanklachten, in feite eerst werd aangevallen door de kolonisten en soldaten die hem beschuldigden.

Een van de 18 aanklachten die aanvankelijk tegen Amro werden ingediend en waarvan hij later werd vrijgesproken, betreft een kolonist die beweerde dat Amro zijn camera stuk maakte – later werd ontdekt dat Amro op de datum en het tijdstip dat de kolonist beweerde dat de aanval plaatsvond, feitelijk in de gevangenis zat, onder de hoede van de Israëlische autoriteiten.

De zes aanklachten waarop Amro werd veroordeeld in het proces van woensdag hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen, zoals beschreven door Amro’s juridische team:

  • Amro’s deelname aan de vreedzame “Open Shuhada Street” demonstratie in 2016 (Twee zaken: deelnemen aan een mars zonder vergunning en het belemmeren van een soldaat).
  • Amro’s deelname aan de geweldloze “I Have a Dream” demonstratie van 2013 waarbij de deelnemers maskers van Obama en Martin Luther King droegen (twee veroordelingen: deelnemen aan een mars zonder vergunning en het tegenhouden van een soldaat)
  • Een geweldloos sit-in protest in 2012, waarin wordt opgeroepen om het oude gebouw van de Hebronse gemeente te heropenen (een veroordeling voor obstructie).
  • En een veroordeling voor een “aanval” door “het duwen van iemand” met betrekking tot een eerder gesloten zaak uit 2010. Amro zegt dat de soldaat die de aanklacht tegen hem indiende hem daadwerkelijk aanviel, maar zijn aanklacht tegen de soldaat is nooit uitgemond in een straf voor de soldaat. “Als ze echt bewijs tegen mij hadden, zouden ze me al die jaren niet meer hebben vrijgelaten. Ik zou lang geleden in de gevangenis hebben gezeten en nooit zijn vrijgelaten,” zei Amro. “Het is een politiek onrecht.”

Amro beschreef de militaire rechtbank als “een kangoeroe-rechtbank”. Hij zei: “De militaire rechtbank is een ander bezettingsmiddel, het bestaat om de bezetting te verlengen en te beschermen. Het is geen legitiem hof,” toevoegend dat dozijnen van de getuigen die door de militaire vervolging tijdens het proces werden geroepen om tegen hem te getuigen, hem in het verleden ein feite hadden aangevallen, lastiggevallen, en bedreigd.

“Ik denk dat ze een lesje willen leren en me willen gebruiken om andere mensenrechtenverdedigers bang te maken en de Palestijnen te vertellen dat we zelfs geen geweldloos verzet tegen de bezetting kunnen gebruiken,” zei Amro.

“Ze willen dat we onze rechten opgeven en de bezetting accepteren. Het gaat niet om Issa, maar om het militaire bezetting-systeem, tegen de Palestijnse vrijheid en de strijd tegen de apartheid en discriminatie.

Amro riep de internationale gemeenschap en aanhangers van de Palestijnse zaak op om Israël ter verantwoording te roepen voor zijn misdaden, en zei: “Verklaringen en veroordelingen zijn niet genoeg.”

“We willen dat de internationale gemeenschap de bezetting kostbaar en duur maakt voor de bezetter. De bezetting escaleert, en wordt elk jaar harder voor het Palestijnse volk,”

“De wereld moet iets doen.”

Leave a Reply